08 april 2010

Sentimental journey (nieuws, 2010)

JEF GEERAERTS HANTEERDE GRAAG, MAAR 'RECHTVAARDIG' DE ZWEEP

Journalist Lieven Vandenhaute van de Vlaamse omroep VRT reisde voor het programma 'Terzake' samen met thrillerauteur Jef Geeraerts naar Bumba, de plaats in Congo waar de schrijver in de jaren vijftig woonde en werkte als assistent-gewestbeheerder. Deze week zendt 'Terzake' een reeks van vier reportages uit. De twee laatste afleveringen zijn donderdag 8 en vrijdag 9 april te zien.

Een halve eeuw na het abrupte einde van zijn koloniale carrière keert schrijver Jef Geeraerts voor het eerst terug naar Congo, het land waar hij zich zo heeft thuis gevoeld en waarover hij zo vaak en indringend heeft geschreven. In de jaren vijftig trok hij zoals zo vele jonge, ambitieuze Belgen naar de toenmalige kolonie, op zoek naar een groots en meeslepend leven. Weg van de naoorlogse grijzigheid.

De jonge koloniale ambtenaar werd een echte 'broussard': hij woonde en werkte in het oerwoud, in de buurt van Bumba, een stad aan de Congostroom in de Evenaarsprovincie. Als 'chef de région' (officiële titel: assistent-gewestbeheerder) stond hij in voor het onderhoud van de wegen, het innen van de belastingen, de rechtspraak, de controle op de landbouw.

Na de onafhankelijkheid wil hij liever in Congo blijven, aan de zijde van zijn vriendin Julie Yenga. Maar het geweld op straat neemt toe en de ex-koloniaal vreest voor zijn leven. In augustus 1960, twee maanden na de onafhankelijkheid, vlucht hij halsoverkop terug naar België. Om past terug te keren op zijn tachtigste.

Hij hoopt Julie terug te vinden. Of Chef Michel Egbunde, zijn grote vriend, waarover hij met zoveel liefde heeft geschreven in 'Gangreen 1' ('Black Venus'). Hij wil weten of de mensen hem nog kennen en de plekken zoeken waar hij heeft gewoond.

Het wordt een sentimental journey voor Geeraerts. De reportage in Terzake toont 'een zeer blanke man op het einde van zijn leven', aldus het dagblad De Standaard. De Congolese getuigen laten zien dat ook zijn twijfelachtige omgang met de inlandse bevolking veeleer ongefilterd in zijn literatuur is terechtgekomen. Wie bij de lectuur van de Gangreen-cyclus nog kon hopen dat de ikfiguur in de roman een tikje gewelddadiger werd neergezet dan de chef de région toen in het echt was, wordt teleurgesteld. Met een volgens De Standaard niet te verbergen wellust vertelt Geeraerts aan Vandenhaute hoe hij ongehoorzame zwarten van de zweep gaf - of liet geven, want in Belgisch Congo had men daar personeel voor. ,,Ze namen je dat niet kwalijk, op voorwaarde dat het rechtvaardig was'', zegt hij daarover.

Geeraerts heeft nog meer uitspraken in petto, die de wenkbrauwen doen fronsen. ,,Werken doen ze zo weinig mogelijk'', zegt hij over de Congolezen in het algemeen. Wanneer gevraagd wordt om die inschatting van het volk wat nader te preciseren, zegt hij: ,,Minderwaardig? Ik ging jagen met hen (zie de foto van Geeraerts op buffeljacht uit 1956, red.), ik sliep met hun vrouwen. Dus ik beschouwde ze niet als een minderwaardig ras, zeker niet.''

In Congo was het vroeger beter, stelt Geeraerts. Hij gaat niet zover om te zeggen dat het vertrek van de Belgen het begin van het einde was. Hij beseft 'dat ze het nu zelf moeten doen'. ,,We kunnen toch niet blijven mensen uit Europa naar hier sturen.'' Maar op bezoek bij zijn oude vriend Michel Egbunde, een van de belangrijkere figuren in zijn boek Black Venus, gaat het over de vernietiging van een prachtig land. Wegen zijn kapot, de chaos is overal. ,,De Gucht (oud-minister van Buitenlandse Zaken, red.) had gelijk toen hij zei dat het een bende uitzuigers is'', oordeelt Geeraerts.

(Bron: De Standaard, zie ook de redactie.be)

Geen opmerkingen: